Column
De paarse leugencultuur in het kwadraat
20 oktober 2008
Een column door Joris Van Hauthem
Geloofwaardigheid en goed bestuur vormden de kernwoorden waarmee Yves Leterme de verkiezingen van juni2007 won. We zijn nu zeventien maanden verder en iedereen heeft door dat geloofwaardigheid en goed bestuur gesmolten zijn als sneeuw voor de zon. Leterme heeft twee keer ontslag genomen als formateur en nauwelijks was hij vier maanden eerste minister of hij diende opnieuw ontslag in, zij het tijdelijk, om langs de achterdeur weer binnen te komen. Geloofwaardigheid en goed bestuur moesten de trendbreuk tegenover paars-groen en paars belichamen. Verhofstadt werd afgeschilderd als de voddenvent die de staatshervorming onder de mat had geschoven, die aan de Franstaligen alles gaf wat ze vroegen, en elk jaar virtuele begrotingen indiende, kortom als de man die er een zootje van maakte. Met Leterme zou het allemaal anders worden.
Nu zijn de eerste State of the Union en de eerste begroting er. Het is nog erger dan paars. Er is geen sprake van een trendbreuk. Wat we gisteren in de Kamer tijdens het debat hebben gezien en gehoord, is volslagen ontluisterend. De paarse leugen uit het verleden wordt gewoon voortgezet.
In het licht daarvan is de inleiding van de regeringsverklaring bespottelijk. "We moeten in woelige tijden een veilig baken en indien nodig de laatste reddingsboei zijn." Een cynicus zou kunnen zeggen dat de bankcrisis de laatste reddingsboei van deze eerste regering-Leterme had kunnen zijn in plaats van het omgekeerde. Met de crisis sloeg de sfeer om. Sommige commentatoren zegden dat wat de regering nu doet, bewijst dat de regering bestaat, dat ze kan regeren, snel op de bal kan spelen en krachtdadige maatregelen kan nemen.
Bij de aanpak van de bankcrisis stel ik echter twee zaken vast. Andere landen konden de belangen van de spaarder en de kleine aandeelhouder beschermen door, terugvallend op hun staatsstructuur, de boel, zij het tijdelijk, over te nemen. Het enige wat de Belgische regering kon, is in een auto stappen, naar Parijs rijden en daar de boel aan PNB Paribas verkopen, zodat wij overblijven met de rommel.
Zowel de premier als vice-eersteminister Reynders en Vlaams minister-president Peeters, in het Vlaams Parlement, hebben in de eerste hectische dagen tot sereniteit opgeroepen. Er mochten niet te veel verklaringen worden afgelegd, de sfeer moest sereen blijven om stilaan het broze vertrouwen te herstellen. De parlementsleden, zowel van de meerderheid als van de oppositie, hebben zich daar min of meer aan gehouden. Wat een contrast met de verklaring van de gouverneur van de Nationale Bank, de heer Quaden, die in de gemengde commissie voor de Financiën van Kamer en Senaat nog wat olie op het vuur goot door bijna pathetisch uit te roepen dat alle banken, dus niet alleen Fortis en Dexia, in gevaar waren! Ik vraag mij nog altijd af wat hij daarmee bedoelde. Misschien vond hij het jammer dat uitgerekend alleen die banken toen onder vuur lagen. Los van de internationale en de mondiale context waarin een en ander zich afspeelt, stellen wij toch vast dat het effectief gaat om Dexia, de politieke bank bij uitstek, en Fortis, de bank die bij uitstek aan politiek doet.
Met Fortis hebben we gezien wat we al lang weten, namelijk dat de haute finance in dit land eerder aan politiek doet dan aan bankieren, al dan niet geïnspireerd door het koningshuis, altijd gericht is tegen Nederland en altijd de baken richt naar Frankrijk, ook al betekent dit dat een politiek van hoogmoed wordt gevoerd waarvan iedere bankier zal zeggen dat ze nefast is. Wij zouden de rol van de haute finance, zeker wat Fortis en Dexia betreft, en ook de rol van de bestuurders in die banken, onder de loep willen nemen, evenals de rol die in deze financiële en bankcrisis gespeeld werd door de Nationale Bank en de Bankcommissie.
De vraag voor een parlementaire onderzoekscommissie is dus gewettigd. Men zegt nu wel dat een onderzoekscommissie dient om politieke spelletjes te spelen. Ik denk dat niet en ik denk ook dat iedereen genoeg verantwoordelijkheidszin heeft om in deze financiële crisis niet te vervallen in politieke spelletjes. Een onderzoekscommissie is niet op enkele dagen klaar met haar werk, maar toch moet er een komen om te weten waar de beleidsmensen en bepaalde bankiers zelf in de fout zijn gegaan. De meerderheid kan nog proberen om die onderzoekscommissie onder de mat te vegen, maar het politieke debat over een aantal verantwoordelijkheden, zowel in de politieke als in de financiële wereld, zal ooit moeten worden gevoerd.
Wat de begroting zelf betreft, zei ik daarnet al dat wie het Kamerdebat gisteren gevolgd heeft, tot de conclusie moet komen dat dit gewoon ontluisterend was, vooral voor de nieuwe meerderheid, de oude oppositie. Zij hebben eenmalige maatregelen altijd zo verfoeid, maar nu zijn er voor meer dan 1,4 miljard eenmalige maatregelen. In de aanloop tot de begrotingsbesprekingen zagen we dat met name CD&V de bocht al had genomen. Plots waren eenmalige maatregelen niet meer uit den boze, op voorwaarde dat ze – altijd werd dat codezinnetje gebruikt – de toekomstige generaties niet bezwaren. Men moet mij toch eens uitleggen wat eenmalige maatregelen anders zijn. Blijkbaar worden nu bij wijze van goed bestuur de reservefondsen van de NMBS, de Delcrederedienst en Nationale Bank ook ingeschreven in de begroting. Bij wijze van goed bestuur, neem ik aan, zal men zichzelf nog een hoger dividend van Belgacom en De Post laten uitkeren! Zijn dat allemaal maatregelen die de toekomstige generaties niet zullen bezwaren? Is dat goed bestuur?
Ontluisterend was het hoe gisteren in de Kamer de heer Bogaert, die al die jaren met scherp schoot op de eenmalige maatregelen van paars-groen en paars, nu de eenmalige maatregelen verdedigde. Hij zei: "Het is de eerste keer in tien jaar dat eenmalige maatregelen verantwoord zijn". Lees: "Eenmalige maatregelen zijn verantwoord als wij ze nemen". Wat een onzin, toch.
Ontluisterend was het om vast te stellen dat pas in de loop van het Kamerdebat naar boven kwam wat niemand daarvoor wist: er is wel degelijk een verhoging van de parafiscale druk door de invoering van het cliquetsysteem. De staatssecretaris voor Financiën moest nadien toegeven dat hij bij de voorstelling van de begroting en van de daarmee gepaard gaande maatregelen vergeten was dat te melden. Een stijging van de parafiscaliteit die wordt verantwoord vanuit milieuoverwegingen. Ook dat is een voortzetting van het paars-groene en paarse beleid, dat jarenlang taksen oplegde met het argument dat het om milieudoelstellingen ging, terwijl iedereen wist dat het gewoon een truc was om de Schatkist te vullen. Een andere paarse truc is de vliegtaks.
Deze begroting houdt helemaal geen trendbreuk in; het is de voortzetting en nog in hevigere mate van het beleid van paars-groen en paars in het verleden.
Dat de begroting niet in evenwicht is, wisten we. Toch is de premier ook naar de Senaat gekomen om ons voor te houden dat er een broos evenwicht is. Dat is er helemaal niet. Als men de groeicijfers van het Planbureau van 1,2% hanteert, terwijl men ondertussen weet dat het IMF die al heeft gereduceerd tot 0,2% economische groei, verkondigt men een fabeltje. Vroeger betwistte de toenmalige oppositie ook altijd dat de begrotingen van paars-groen en paars in evenwicht waren. Deze keer hebben we een primeur gezien. Gisteren heeft de meerderheid zelf toegegeven dat er inderdaad geen sprake is van een begroting in evenwicht, zelfs niet van een virtueel evenwicht. Ontluisterend was het hoe Open Vld-fractieleider Tommelein tijdens het debat al een aanpassing van de begroting vroeg, nog voor ze ingediend, laat staan goedgekeurd was. Wat een bekentenis van formaat. De oppositie was zelfs niet meer nodig om tot de conclusie te komen dat de begroting niet in evenwicht was, de meerderheid trok die conclusie zelf.
De chaos steeg ten top toen staatssecretaris Schouppe verklaarde dat het verantwoord zou zijn om een begroting in te dienen die in het rood gaat. De premier zegt te streven naar een begroting in evenwicht, de meerderheid zegt dat er van evenwicht geen sprake is en volgens een ander lid van de regering zou ook een deficitaire begroting kunnen. Is dat de trendbreuk en het goed bestuur? Is dat nog geloofwaardig?
Het zogenaamde evenwicht, waarvan we nu weten dat het er niet is, is gebaseerd op 800 miljoen, het bedrag dat de deelstaten op vraag van de federale regering opzij zouden moeten zetten. We wisten voor de regeringsverklaring al dat onder meer de Vlaamse regering had aangekondigd dat bedrag zelf te zullen gebruiken. We wisten ook al dat het Brusselse Gewest verklaarde zijn deel niet opzij te kunnen zetten omdat het zelf met een deficit van 200 miljoen kampt.
De Vlaamse regering heeft wel een ander voorstel gedaan. Ze gaat ervan uit dat indien die 500 miljoen wordt besteed aan een beleid op Vlaams niveau, de federale schatkist daar ook wel zou bij varen. Dat was al zo bij de 361 miljoen die gevraagd werd voor de begroting 2008; hetzelfde geldt voor de begroting 2009. De Vlaamse regering heeft voorgesteld een aantal federale uitgaven die feitelijk betrekking hebben op gewest- of gemeenschapsbevoegdheden, voor haar rekening te nemen. Vlaams minister-president Kris Peeters had het vorige woensdag in het Vlaams Parlement zelfs over usurperende bevoegdheden die het federale niveau uitoefent, maar die in feite beleidsdomeinen zijn van gewesten en gemeenschappen. De minister-president zei niet te begrijpen waarom de federale overheid een stedenbeleid ontwikkelt, aangezien dat een pure gewestmaterie is. Hij noemde ook de 112,8 miljoen uitgaven voor beschutte en sociale werkplaatsen, de 67 miljoen voor vaccinatiecampagnes, de 100 miljoen voor de bevordering van het rationeel energiegebruik, enzovoort. De Vlaamse regering vraagt de federale regering zich niet langer bezig te houden met bevoegdheden die geen federale bevoegdheden meer zijn, en zich te concentreren op haar kerntaken.
We weten natuurlijk allemaal waarom de federale regering al jaren die uitgaven doet. Toen de paars-groene regering ermee begon en de paarse regering die politiek voortzette, sprak de Vlaamse oppositie terecht over een Belgische recuperatie. Het federale geld was uiteraard meer dan welkom in het zuidelijke landsgedeelte, dat er financieel minder goed voorstaat.
Wat is het antwoord van de regering op het aanbod van de Vlaamse regering om een aantal federale uitgaven die betrekking hebben op bevoegdheden die niet federaal meer zijn, niet meer op zich te nemen?
Het aanbod van de Vlaamse regering brengt ons bij het gedeelte over de staatshervorming. De staatshervorming werd geëvacueerd naar een schimmige dialoog van een groep van twaalf. Hetzelfde geldt voor het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde. De redenering is dat de regering zich dan kan bezighouden met problemen waar de mensen echt wakker van liggen. Met deze begroting is echter het bewijs geleverd dat men de staatshervorming niet kan loskoppelen en evacueren omdat alles met die staatshervorming te maken heeft.
De financieringswet die uit het Lambermontakkoord voortvloeide, heeft de federale staat financieel uitgekleed. De regering moet volgend jaar op zoek naar twee miljard extra omdat het mechanisme van de financieringswet twee miljard extra naar de gewesten en gemeenschappen overhevelt. Dat betekent dat de federale regering geen middelen meer heeft om haar eigen kerntaken uit te oefenen en dat staatshervormingen niet langer kunnen worden afgekocht. De overheveling van bevoegdheden werd immers in het verleden door de Franstalingen afgekocht met veel geld, die er trouwens voor gezorgd heeft dat de Vlaamse overheid erin geslaagd is haar directe schuld tot nul te reduceren. Nu is er geen geld meer om een verdere staatshervorming af te kopen.
Vroeg of laat moet die staatshervorming er komen, want het federale niveau heeft zich volledig vastgereden. Ik zie persoonlijk binnen de Belgische context geen mogelijke oplossing. Vlaanderen stelt de fiscale autonomie voor, waarbij de regio’s zelf verantwoordelijk zijn om de inkomsten te vinden voor de geplande uitgaven. Aan Franstalige kant horen we andere klanken. Daar is men sowieso minder happig om bevoegdheden over te nemen. Als dan toch enkele borrelnootjes moeten worden overgenomen, dan moeten ook de nodige financiële middelen worden overgeheveld. Het is mij een raadsel hoe dat mogelijk is met een federale kas die zo goed als leeg is en binnen het kader van de bestaande financieringswet.
De heer Leterme heeft zijn verkiezingsbeloften na nauwelijks zeventien maanden verbroken. CD&V zou niet toetreden tot een regering zonder garanties op een grote staatshervorming. Welnu, er is geen enkele garantie op om het even welke staatshervorming. CD&V zou niet toetreden tot een regering zonder de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Zeventien maanden verder is die splitsing verder af dan ooit. Ondertussen is N-VA geofferd op het altaar van het Belgische staatsmanschap. Kris Peeters heeft het hoofd van Geert Bourgeois aangeboden aan Didier Reynders om Yves Leterme in de Wetstraat 16 te houden.
Onvermijdelijk wordt dan de vergelijking met premier Verhofstadt gemaakt. Ik heb het dan niet over de grotere bevlogenheid van Verhofstadt om een verklaring over het algemeen beleid te verdedigen. De gelijkenis tussen de politieke parcours van beide heren is zeer treffend. Toen Guy Verhofstadt nog in de oppositie zat, heeft hij in zijn boek
De Belgische ziekte heel harde communautaire taal gesproken. Nadien heeft hij, om premier te kunnen worden en vooral om premier te kunnen blijven, alles wat hij in dat boek aanbeden heeft, overboord moeten gooien. Yves Leterme is exact dezelfde weg opgegaan: hij heeft de verkiezingen met een sterk communautair programma gewonnen, maar ook hij is van Vlaams staatsman tot Belgisch staatsman moeten vervellen. In tegenstelling tot het buitenland, waar staatsmannen hun verkiezingsbeloften proberen na te komen, is men in België een staatsman als men zo vlug mogelijk vergeet met welke beloften men de verkiezingen heeft gewonnen.
Het resultaat van de verwijdering van N-VA is dat de regering in de Kamer geen meerderheid in de Nederlandstalige taalgroep meer heeft. Dat is uniek in de geschiedenis van dit land. Nochtans heeft Yves Leterme in de aanloop naar de formatiegesprekken nog gewaarschuwd dat dit een staatsgevaarlijk precedent zou zijn. Hij is dus volgens zijn eigen woorden staatsgevaarlijk bezig. Bijgevolg zullen we de komende maanden en jaren de gegijzelden van de Franstaligen blijven. Dat blijkt onder andere uit het migratiedossier. Mevrouw Onkelinx dreigt er nu al mee dat er zelfs van een kleine staatshervorming niets in huis zal komen als er geen regularisatie komt. De chantage is al bezig. Ik begrijp niet hoe CD&V een dergelijk bochtenwerk nog aan haar achterban kan verkopen.
-VA heeft het geprobeerd. De partij heeft ons altijd verweten dat het voor ons gemakkelijk was om vanaf de zijlijn te roepen en te tieren, terwijl de strategie van N-VA erin bestond de dialoog aan te gaan en stapsgewijs werk te maken van de ontmanteling van het land of ten minste een grote staatshervorming uit te werken. Welnu, N-VA staat vandaag ook aan de zijlijn te roepen en tieren. De partij zal – helaas of niet – moeten vaststellen dat haar strategie heeft gefaald en dat de big bang de enig mogelijke optie is. Het Belgische federale model heeft zijn limieten bereikt en het heeft zichzelf vast gereden in zijn eigen contradicties.
Joris Van Hauthem
Fractievoorzitter Vlaams Belang in de Senaat
Categorie: